|
Gebruikte
delen en plaats van herkomst
De
witte wilg groeit met name in Centraal en Zuid Europa, maar wordt ook
gevonden in Noord Amerika. Net als bij de meeste bomen worden de medicinale
stoffen in de bast gevonden.
Te
gebruiken bij
-
bursitis
-
koorts
-
spanningshoofdpijn
-
osteoarthritis
-
reumatoïde artritis
-
depressie
-
pijn
-
zenuwinzinking
Historisch
of traditioneel gebruik
De latijnse naam van de wilg luidt salix alba, en daaruit is
de naam acetylsalicylzuur (aspirine) afgeleid, net als de stof die ten
grondslag lag aan diezelfde aspirine. Wilgebast werd oorspronkelijk gebruikt
voor koorts, hoofdpijn, pijn en reumatische klachten.
Actieve
delen
De glycoside salicin, de
'bron' van het salicylzuur, is de basis voor de ontstekingsremmende
werking en pijnstillende werking van de wilg. De pijnstillende
werking komt traag op gang maar houdt lang aan, langer dan chemische aspirine.
De bast bevat ook veel tanninen, en is waarschijnlijk ook op het maag/darmkanaal
actief. Overmatig gebruik leidt tot misselijkheid en diarree.
Dagdosering
Wilgenthee
kan worden bereid door 1 tot 2 gram bast 10 minuten lang in 200ml water te
koken. Vijf koppen van deze thee zouden hiervan gedronken kunnen worden.
Tinctuur wordt ook gebruikt, meestal 3 maal daags 1 tot 2ml. In vaste vorm,
als extract, wordt meestal tussen de 60 tot 120mg per dag genomen.
Bijwerkingen
en interacties
Langdurig gebruik van wilg wordt afgeraden, aangezien het mogelijk ook
tot maagzweren kan leiden, net als de chemische verwante aspirine. Desondanks
is wilg ten alle tijden veiliger.
|