Kruidenalfabet

KRUIDEN EN GENEESKUNDIGE KRACHTEN
 

Tea Tree (Melaleuca alternifolia)

Gebruikte delen en plaats van herkomst

De tea tree groeit in Australië en Azië. De grote altijdgroene boom heeft een witte bast. De olie uit de bladeren wordt gebruikt.

 

Te gebruiken bij

  • acne

  • zwemmerseczeem

  • infecties

  • kleine wondjes

  • vaginitis

  • schimmelinfectie

Historisch of traditioneel gebruik

De Aboriginals gebruikten de bladeren om snijwonden en huidinfecties te behandelen. De gekneusde bladeren werden op de aandoening gelegd. James Cook en zijn bemanning noemden de boom 'tea tree' aangezien ze de bladeren als alternatief voor thee gebruikten en hun bier er smaak mee gaven. Australische soldaten in de Eerste wereldoorlog kregen tea tree olie als desinfectans, waardoor de productie enorm toenam.

 

 

Actieve delen

De olie bevat zeer veel terpenoïden. In Australië zijn standaarden ontwikkeld voor de hoeveelheden van een specifiek onderdeel. Terpinen-4-ol, die 30 tot 50% van de olie uitmaakt om de olie medicinaal te maken. Een ander bestanddeel, cineole, moet tussen de 2,5 en 15% van de olie uitmaken. De olie dood bacteriën en schimmels, zelfs diegene die al resistent geworden zijn tegen antibiotica.

 

Dagdosering

Olie met een concentratie tussen de 70 tot 100% moet matig op de aangedane huid worden opgebracht in de ochtend en avond. Voor acne wordt de olie verdund naar 5 tot 15%. Voor vaginale douches moet olie gebruikt worden met een concentratie van 40%, zij het met voorzichtigheid.

 

Bijwerkingen en interacties

De olie moet niet worden toegepast op kapotte huid of huid die uitslag anders veroorzaakt dan door schimmelinfecties heeft. In de ogen ontstaat een branderig gevoel indien de olie hiermee in aanraking komt, net als bij de neus en mond. Allergische reacties met uitslag en jeuk komen voor, en hierdoor moet de eerste keer met een klein oppervlak worden begonnen. Intern gebruik van de olie is schadelijk.

 

NAVIGATIE