Kruidenalfabet

KRUIDEN EN GENEESKUNDIGE KRACHTEN
 

Carobe (Ceratonia siliqua)

Gebruikte delen en plaats van herkomst

Carobe komt voor rond de Middellandse zee en in Azië. Vandaag de dag groeit het meestal in mediterrane gebieden. De zaden worden gebruikt. De boom is een evergreen (groenblijvend)

Het wordt ook wel Johannesbrood genoemd.

 

Te gebruiken bij

  • diarree

  • indigestie

  • oprispingen

 

Historisch of traditioneel gebruik

Carobe is lang gebruikt als voedsel. Johannes de Doper zou dit hebben gegeten, vandaar de naam. Het gebruik tegen diarree is al eeuwenoud.

 

Actieve delen

De voornaamste bestanddelen zijn lange carbohydraten, tanninen en suikers. De suikers maken de gom en zijn in staat om water te binden en daardoor de ontlasting te verstevigen. De tanninen van de Carobe, die niet wateroplosbaar zijn, binden geen eiwitten zoals andere tannines doen. Wel zorgen de tanninen ervoor dat gifstoffen worden gebonden en ge-inactiveerd en wordt bacteriegroei geremd, beide van belang bij diarree. De vezels en de suikers maken het voedsel in de maag stroperiger en voorkomen daarmee de zuuroprispingen (reflux) in de maag.

 

Dagdosering

Normaal wordt 15 gram Carobe met appelmoes gemengd voor het gebruik bij kinderen. Volwassenen moeten minimaal 20 gram nemen. Het poeder kan met zoete voedingsstoffen worden gemengd. Let op: diarree bij kinderen moet altijd door een arts beoordeeld worden!

 

Bijwerkingen en interacties

Carobe is in het algemeen veilig, incidenteel is een allergie gemeld.

 

NAVIGATIE