|
Gebruikte
delen en plaats van herkomst
Astragalus
groeit in Noord China en in de hogere regionen van de provincies
Yunnan en Sichuan. Het deel dat voor geneeskrachtig gebruik wordt
geoogst is de vier tot zeven jaar oude, gedroogde wortel welke in
de lente wordt verzameld. Wereldwijd zijn er rond de 2000 soorten
Astralagus, maar de Chinese versie is uitgebreid onderzocht, op
chemische en farmacologische werking.
Te
gebruiken bij
Historisch
of traditioneel gebruik
Shen Nung, de grondlegger
van de traditionele Chinese geneeskunde, vermeldt Astragalus als
buitengewoon kruid in zijn klassieke verhandeling Shen Nung Pen
Tsao Ching (circa A.D. 100). De chinese naam Huang
qi kan vertaald worden als 'gele leider', verwijzend naar de
gele kleur van de wortel en de status van dit kruid als een van de
meest belangrijke tonica. In China wordt Astragalus traditioneel
gebruikt voor nachtelijk zweten, het gebrek aan 'chi
(levenskracht)', dus vermoeidheid, zwakheid en gebrek aan eetlust
en diarree.
Actieve
delen
Astragalus bevat
ontelbare bestanddelen, waaronder flavonoiden, polysacchariden,
triterpene glycosiden (e.g. astragalosiden I-VII), aminozuren en
spore-elementen. Onderzoek door het M.D. Anderson Hospital in
Houston, Texas, bevestigt de immuunversterkende werking van het
kruid. Astragalus lijkt de T-cellen (een zeer specifieke witte
bloedcel die onderdeel is van de lymfocyten) te doen herstellen en
hierdoor wordt mogelijkerwijs de werking bij bepaalde kankerpatiënten
verklaart.
Dagdosering
Boeken over
Chinese kruiden bevelen 9 tot 15 gram van het ruwe kruid per dag
aan als decote. Deze wordt gemaakt door de wortel te koken in
water gedurende enkele minuten en zo thee te maken. Hedendaagse
supplementen bevatten ca. 500 mg Astragalus. 2 Tot 3 tabletten of
capsules per dag of 3 tot 5 ml tinctuur worden aanbevolen.
Bijwerkingen
en interacties
Bij de aanbevolen
doseringen heeft Astragalus geen bijwerkingen.
|