Kruidenalfabet

KRUIDEN EN GENEESKUNDIGE KRACHTEN
 

Duizendguldenkruid (Centaurium erytraea)

Gebruikte delen en herkomst

Één tot tweejarige, meestal ongeveer 30 cm. hoge plant, met wortelrozet, vertakte bloemsteel en overvloedig bloeiende bijschermen met kleine, buisachtige, rozerode bloemen. Europa tot Midden Azië, in Noord-Amerika ingeburgerd op zandige, droge meestal matig zure grond aan bosranden en op halfdroge weiden, heide. De toppen van de bloeiende stengels worden verzameld en in de schaduw gedroogd. De drogerij is reukloos en heeft een blijvende, bittere smaak.

 

Te gebruiken bij

  • verminderde eetlust

  • te weinig aanmaak van maagzuur

  • spijsverteringsklachten ***

  • maagklachten algemeen

  • indigestie

  • stofwisselingsstoornissen

  • bloedarmoede

Geschiedenis en volksverhalen 

Centaurium; volgens de Griekse sage gebruikte de Centaur Chiron de plant als geneeskruid en heelde de wonden van Hercules; later werd de naam veranderd in centum auri == honderd goudstukken of honderd gulden (waardering van het kruid). In het Nederlands werd het getal met een nul uitgebreid en werd zo duizend. Erythraea = roodachtig; naar de kleur van de bloemen. 

Door de oude Romeinen wegens zijn bittere smaak als fel terrae = aardgal aangeduid. Volgens Dioskuridus is de plant een wondheelmiddel, zij voert de galachtige en dikke sappen door de stoelgang af, bevordert de menstruatie en helpt bij oogklachten. Diende ook als bleekmiddel voor de haren. In de middeleeuwen geloofde men dat de plant werkt als (net als veel andere roodbloeiende planten) anti-demonen middel. Men kon er niet alleen heksen mee verjagen, maar ook met een krans van duizendguldenkruid op het hoofd de heksen in de Johannisnacht naar de Bocksberg zien vliegen (hier vierden zij het zomerzonnewende feest). 

Dagdosering

Gebruiken als thee. Dagelijks 2 à 3 kopjes. Als kuur 10 dagen gebruiken. 

Bijwerkingen en interacties

Niets bekend!  

 

NAVIGATIE