Kruidenalfabet

KRUIDEN EN GENEESKUNDIGE KRACHTEN
 

Duivelsklauw (Harpogophytum procumbens)

Gebruikte delen en plaats van herkomst

Duivelsklauw is een plant uit Zuid Afrika, die vooral voorkomt in de Kalahari-woestijn, Namibië en het eiland Madagaskar. De naam komt van de ongewone vruchten, die zijn bedekt met een groot aantal kleine 'haken'. De secondaire wortels van de plant worden gebruikt voor hun geneeskrachtige werking.

 

Te gebruiken bij

  • indigestie en zuurbranden

  • reumatoïde artritis

 

Historisch of traditioneel gebruik

Ontelbare stammen uit Zuidelijk Afrika hebben Duivelsklauw gebruikt voor een breed scala aan mogelijkheden en klachten, variërend van maag-darm aandoeningen tot aan artritis. In Europa wordt de plant met name voor dat laatste gebruik.

 

Actieve delen

In de wortels van Duivelsklauw zitten drie belangrijke bestanddelen welke behoren tot de familie der iridoide glycosiden: harpagoside, harpagide en procumbine. In de secondaire 'tubers' zit tweemaal zoveel werkstof als in de rest van de wortels. Harpagoside en de andere stoffen zijn verantwoordelijk voor de ontstekingsremmende eigenschappen van de plant. Alhoewel de wetenschap tot op heden nog geen overtuigend bewijs voor de verlichting van pijn bij artritis heeft gevonden. Duivelsklauw wordt door herbalisten ook gezien als een krachtig 'bitter'. Bitter stimuleert de maag om de productie van zuur te verhogen en verbetert daardoor de spijsvertering.

 

Dagdosering

Als stimulans van de spijsvertering neemt men 1,5 tot 2 gram per dag. Als tinctuur, 1 tot 2 ml per dag. Voor artritis gebruiken de meeste mensen 4,5 tot 10 gram per dag. Recente studies ondersteunen Duivelsklauw bij artritis niet.

Bijwerkingen en interacties

Sterke extracten kunnen de maag doen opspelen en mogen daarom niet langer als twee weken aaneengesloten worden gebruikt.

 

NAVIGATIE