Kruidenalfabet

KRUIDEN EN GENEESKUNDIGE KRACHTEN
 

Anijs (Pimpinella Anisum)

Gebruikte delen en herkomst

In de kruidengeneeskunde wordt het zaad gebruikt. Anijs is een tot ongeveer 50 cm. hoge kruidige plant met ongedeelde onderste bladeren, naar boven toenemend fijner gevinde bladeren en witte bloemschermen. De vruchten zijn grauwgroen, peervormig en vallen uiteen in twee deelvruchten. Inheems in vermoedelijk oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied, West-Azië. Verbouwt in Zuid-Europa, Middellandse Zeegebied, Rusland, India.

 

Te gebruiken bij

  • slapeloosheid

  • darmkoliek

  • astma catarrale 

  • pijn

  • oedeem

  • hoest (gorgelen met de thee)

  • slijm

  • gasvorming

  • opgeblazen gevoel

Geschiedenis en volksverhalen 

Anijs is al erg lang geleden op z'n waarde geschat. Als geneeskruid werd de vrucht gebruikt als pijnstiller en als urinedrijvend  middel. Het werd ook als liefdesmiddeltje gebruikt. Volgens een bijgeloof zou de groenspecht, als hij zijn snavel met deze plant bestrijkt, ook de hardste houtsoorten kunnen doorboren. In Bretagne geloofde men, dat een stuk ijzer, dat met anijs wordt aangeraakt, zou breken als glas. Wie zich met een afkooksel van anijsvruchten wast, zou jong en potent blijven. In de wicca is het een zeer belangrijk kruid dat bescherming zou bieden.

Dagdosering

Inwendig als thee te gebruiken. 1/2 tot een hele theelepel geplet anijszaad op een kop kokend water, 3 kopjes per dag. 

Bijwerkingen en interacties

Bij normaal gebruik zijn geen bijwerkingen bekend.

 

NAVIGATIE