Hermes

Hermes

Hermes was de Griekse god van reizigers en wegen, kooplieden en handel, kortom van alles waarbij behendigheid en list te pas komen.
Hij is geboren in Arcadië als zoon van Zeus en de nimf Maia. Al in de wieg vindt hij de lier uit en als kind steelt hij vijftig runderen van Apollo, die de god hem laat houden in ruil voor de lier.
Hermes is de listigste, sluwste en meest mensvriendelijke god van de Olympus.
Hij is de snelle bode van de goden, begeleidt de schimmen van de overledenen naar de onderwereld (vandaar zijn titel 'psychopompos' = begeleider van de schimmen), beschermt dieven en bedriegers, maar als 'nomios' (= weidegod) ook de weiden en de herders.
Het is Hermes die de reus met honderd ogen Argos weet te doden.
Men ziet in hem ook de schenker van welbespraaktheid en overredingskracht en de uitvinder van het schrift, de wiskunde, de astronomie en van allerlei nuttige en aangename zaken als lier, fluit, maten en gewichten, sport e.d.
Hermes is ook bedreven in waarzeggerij en toverkunst en wordt daarbij geholpen door zijn herautstaf, een met banden versierde olijftak, omwonden door twee slangen.
Met deze staf of met zijn gouden toverstaf opent en sluit hij ogen.
Hij was bijzonder populair bij de lagere standen en als energiek reiziger met zijn gevleugelde sandalen werd hij bij ieder kruispunt geëerd met een 'herrne', een vrij hoge pilaar bekroond door een Hermeskop of buste.
Hermes wordt afgebeeld als jongeman met vleugels aan helm of schoeisel en met de herautstaf (ook met een geldbuidel) in de hand of als herder die een ram draagt.
Hij is de Mercurius van de Romeinen.

Volgende >>>

<<< Terug naar Goden

<<< Terug naar Heksenkring