
Faunus, Ouditalische bos- en herdersgod, zou volgens een traditie koning van
Latium zijn
geweest, een zoon van Picus en kleinzoon van Saturnus.
Volgens andere overlevingen
was hij een Romeinse aardgod die werd gelijkgesteld aan de Griekse bos - en
berggod Pan.
Hij zou een kleinzoon zijn van Saturnus en profetische gaven bezitten.
Deze gave
inspireerde de Romeinen soms als ze op het slagveld aan de verliezende hand
waren.
Wellicht werd hij daarom weleens beschouwd als de nazaat van de oorlogsgod Mars.
Zijn sterfelijke zoon Latinus was koning van Latium ten tijde van Aeneas' komst
in Italie.
Na zijn dood ontstond voor hem een cultus van orakelgod in een heilig bos bij
Tibur
(thans Tivoli) en werd hij Fatuus genoemd.
Al vroeg werd hij vereenzelvigd met
de
Griekse Pan en kreeg hij ook diens bokspoten en horens.
Als beschermer van het
vee
kreeg hij de bijnaam Lupercus ('die de wolf afweert').
Op 15 februari (de stichtingsdatum van zijn tempel op het Tibereiland te Rome)
werd
zijn groot feest, de Lupercalia, gevierd: dan trokken de priesters van de god
(de Luperci) bekleed met een bokshuid, door de straten van Rome en sloegen zij
de
toeschouwers met uit bokshuiden gesneden riemen.
Soms jaagt Faunus de mensen
schrik
aan in kwade dromen, vandaar de bijnaam Incubus (= nachtmerrie).
Zijn
vrouwelijke
pendant is Fauna, soms vereenzelvigd met Bona Dea.