De ouders verboden het haar streng, ze zeiden: "Vrouw Trui is een slecht mens, en ze doet allerlei kwaad, en als je het toch doet, ben je ons kind niet meer." Maar het meisje stoorde zich niet aan dat verbod van haar ouders, en ze ging toch naar vrouw Trui.
Ze kwam in haar huis en vrouw Trui zei: "Waarom ben je zo bleek?" "O," riep ze en ze beefde over haar hele lijfje: "ik ben zo geschrokken van wat ik gezien heb!" "Wat heb je dan gezien?"
"Ik zag op
de stoep een zwarte man." "Dat was een kolensjouwer." "Toen
zag ik een groene man." "Dat was een jager." "En toen
zag ik een bloedrode man." "Dat was een slager." "O vrouw
Trui, het liep me ijskoud over mijn rug: ik keek door ‘t venster en
ik zag u niet, maar ik zag de duivel met een hoofd als vuur!" "Oho!"
lachte ze, "dan heb je de heks in haar beste tooi gezien; en ik heb al
lang op jou gewacht, en ik heb naar je verlangd: jij zult me warmen."
En ze veranderde het meisje in een houtblok en gooide haar in ‘t vuur.
Toen ze goed brandde, ging ze er bij zitten, warmde zich en zei: "Nu
gloeit het!"
EINDE