Gezegende koningin des hemels,
Of ge nu graag gekend wordt als Ceres,
De eerste moeder van de oogst,
Die uit vreugde over het terugvinden van uw verloren dochter Proserpine,
Onze vaders van het eten van eikels verloste en hen brood gaf,
Gebakken uit graan,
Dat op de vruchtbare gronden van Eleusis groeide;
Of als de hemelse Venus,
Die nu in de zeehaven Paphos wordt vereerd
En die bij het begin der schepping de geslachten in wederzijdse liefde tezamen
bracht
En zo maakte, dat de mens zijn soort altijd zal voortplanten;
Of als Artemis…
Of als de verschrikkelijke Proserpine,
Ik smeek u,
Onder welke naam dan ook,
Onder welke verschijning dan ook
En met de ceremoniën, die gij daarvoor waardig acht,
Heb medelijden met mij…
En dit antwoordt de Godin:
" Ik ben de natuur,
De universele Moeder,
De Heerseres over alle elementen;
Kind van de tijd,
Dat was vóór de tijd bestond;
Heerseres over alle geestelijke zaken,
Koningin der doden en Koningin der onsterfelijken,
De enige verschijning van alle Goden en Godinnen,
Die er zijn.
Mijn hoofdknik regeert de glanzende hoogten van de Hemel,
De krachtige zeewind,
De ellendige stilte van de Onderwereld.
Hoewel ik onder vele verschijningen en onder talloze namen wordt vereerd
En met alle mogelijke rituelen in verband wordt gebracht,
Aanbidt heel de ronde Aarde alleen maar mij. "