De Lange Wapper. (Antwerpen)
Op een mooie lenteavond
waren de kinderen nog laat aan het spelen op het steenplein, toen er een zichtbaar
rijke heer kwam aanwandelen. Hij had een grote zak mee die vol snoep stak, alle
zoete heerlijkheden die je ook maar kon bedenken. Hij deelde ze met gulle hand
uit aan de kinderen, maar tegelijk liep hij almaar meer weg van het Steenplein,
in de richting van het Kiel. Hij begon hoe langer hoe vlugger te lopen en het
gekke daarbij was dat hij steeds meer snoep uitdeelde. De joelende kinderen
bleven hem op de voet volgen. Uiteindelijk bevonden ze zich, zonder dat ze het
beseften, al een heel eind op de Boomsesteenweg en opeens was die gulle meneer
verdwenen, als opgelost in de lucht. Ze konden alleen nog zijn spotlach horen
en toen wisten ze dat ze Lange Wapper hadden gevolgd.

Heb je de schuif gekend in Antwerpen? Nee, natuurlijk niet, dat was lang voor
je tijd. De schuif was een draaitrommel waarin baby's te vondeling werden gelegd.
Stans van 't Gangsken, een vals vrouw, verstopte zich bij de Schuif en kon zo
zien wie zijn kind te vondeling kwam leggen. Ze perste die mensen af, met de
dreiging dat ze alles aan de grote klok zou hangen als er geen geld op tafel
kwam. Hoe arm ze vaak ook waren, de mensen betaalden in paniek waar ze om vroeg.
Op zekere dag veranderde Lange wapper zichzelf in een busselkind en hij ging
voor de deur van Stans van 't Gangsken liggen, hartverscheurend huilend.
Stans wilde hem eerst niet oppakken, maar omdat het kind almaar luider te keer
ging, tilde ze het toch maar op, met de bedoeling het naar de schuif te brengen.
Ze haastte zich zoveel ze ook maar kon, maar het kind in haar armen werd hoe
langer hoe zwaarder. Het groeide en groeide, zijn voeten raakten al de grond,
het sloeg zijn lange armen om haar hals. Stans dacht dat ze ging sterven en
liet het kind los. En ja, daar stond Lange Wapper voor haar. Hij bleef haar
een rammeling geven die ze nooit meer vergat.
Maar ze had de les begrepen. Ze verdiende voortaan geen cent meer aan de schuifkindjes.