Heksen op de koffie
Meneer Mijermans was schrijver. Hij schreef al heel lang verhalen over heksen
en kabouters. Iedereen was dol op zijn verhalen. Zijn grootste fan was nog wel
zijn poes, Wips. Meneer Mijermans las, als hij een verhaal af had, altijd zijn
verhaal voor aan Wips. Wips wist zeker dat meneer Mijermans geen leugens schreef.
Hij moest het wel zelf gezien hebben, want hij wist altijd alle details. Wips
was trots op zijn baas. Want niet veel poezen hebben een baas die heksen en
kabouters kent!
Op een avond lag Wips lekker in zijn mandje. Mijermans zat te schrijven. Ineens werd er op de deur geklopt. Nog voor Mijermans kon opstaan om open te doen, vloog de deur open en stonden er ineens twee kleine heksen in de kamer. Ze hadden een bezem onder hun armen.
Meneer Mijermans trok wit weg in zijn gezicht. De heksen zeiden: 'We willen eens even zeggen dat we het zat zijn dat jij zoveel onzin over ons vertelt! Al die verhalen, die slaan helemaal nergens op!' Wat was de schrijver bang. Hij kroop onder een tafel. 'Ga weg, ga toch weg!' riep hij bang.
Nu snapte Wips wat er aan de hand was. Zijn baas wist helemaal niks over heksen en kabouters. Hij had het allemaal verzonnen. En nu waren de heksen natuurlijk boos geworden!
De heksen gingen nog niet weg en om meneer Mijermans nog een beetje extra te pesten kropen bij hem onder de tafel. 'Gezellig hè, Jutta, zo met zijn allen onder de tafel?' zei de ene heks tegen de andere. 'Nou, dan moet meneer wel luisteren. Zullen we nu maar beginnen dan Julla?' 'Begin jij dan maar, dan ga ik even een kopje koffie zetten in de keuken. Ik heb wel dorst gekregen van dat vliegen!'
Jutta kroop onder de tafel vandaan en Julla ging meneer Mijermans vertellen wat allemaal niet waar was. 'We eten geen spinneweb-pannenkoek en. En zeker eten we geen jonge lammetjes! Hoe kom je er toch bij. We dansen op feesten nooit de heksenpolka, maar de heksenwals. Dus dat wil ik ook nooit meer in één van je boeken zien!' Toen kwam Jutta uit de keuken terug. 'Hij heeft niet eens keutelbonenkoffie, alleen maar gewone. Die lust ik niet!'zei ze een beetje verontwaardigd. Ze kroop, zonder koffie, weer onder de tafel. Om meneer Mijermans nog een beetje te pesten trokken ze ombeurten aan zijn benen, zijn armen en zijn haar. Meneer Mijermans was nog nooit zo bang geweest.
Wips de poes zag alles vanuit zijn mandje. Hij zag best dat de heksen helemaal niet gemeen waren. Hij snapte niet dat meneer Mijermans zo bang was.
Opeens schoot meneer Mijermans onder de tafel vandaan en kroop onder de bank. De heksen moesten heel hard lachen, omdat ze nog nooit zo'n bang mens hadden gezien. 'Mijermans, we gaan zo weg hoor,' zei Julla, terwijl ze samen met Julla onder de tafel vandaan kwamen en onder de bank kropen, lekker dicht tegen meneer Mijermans aan. 'Maar eerst moeten we nog even zeker weten dat je niet nog meer onzin gaat vertellen!' Mijermans stamelde dat hij dat beloofde. De heksen waren tevreden en lachend kropen ze onder de bank vandaan. Ze pakten hun bezems en weg waren ze.
Wips kroop onder de bank, waar meneer Mijermans nog steeds lag te bibberen van angst. 'Goh, wat moet je nou gaan schrijven?' vroeg Wips aan zijn baas. 'Wips, kun je praten?' vroeg Mijermans verbaasd. Dat had hij niet geweten. 'Weet je wat,' zei Wips, 'Als je nu eens poezenverhalen ging schrijven, dan kan ik je mooi helpen.' Dat was een reuze goed idee. Vanaf toen maakte Mijermans de mooiste poezenverhalen. De heksen waren er ook blij mee. Ze zijn in elk geval nooit meer op de koffie geweest.
EINDE.