Heksen door de tijden heen 
Het geloof in heksen heeft altijd bestaan. Heksen onderwierpen zich aan de duivel en maakten zich schuldig aan toverij. Ze berokkenden kwaad aan mens en dier. Zo werden vaak abnormaal langdurige ziekten of opeenvolgende tegenslagen verklaard. De totale ontreddering als gevolg van de 80-jarige oorlog wakkerde in de 16de eeuw de heksenwaan aan. De "Heksenhamer", een handleiding om toveressen te ontmaskeren, verspreidde zich razendsnel ten gevolge van de opkomende boekdrukkunst. In deze chaotische tijd gekenmerkt door armoede, bijgeloof en zedenverwildering opende zich een weg voor het wetteloos optreden van rechters. Eigenaardig gedrag, vallende ziekte, waanzin, een lichamelijk letsel of sociale afzondering waren al voldoende om in de gevangenis te worden opgesloten.

Door middel van foltering met de ladder, de palei of de halsband werden
bekentenissen afgedwongen. Die moesten devolgende dag vrijwillig en zonder marteling
worden herhaald. Zeer uitzonderlijk werd dit door de beschuldigde geweigerd
en moest ze bij gebrek aan bewijzen worden vrijgelaten. De angst voor nieuwe
folteringen was meestal zo groot dat de meest fantastische verhalen werden geproduceerd
en staande gehouden. Meestal betrof het suggestieve verhalen welke door de beul
werden voorgehouden, zoals de onderwerping aan de duivel, het ondertekenen van
een contract al dan niet met het eigen bloed, het bijwonen van de Sabbatnacht
en het berokkenen van ongeluk, ziekte of dood. Soms werden hoogst onbetrouwbare
personen als getuigen op het proces toegelaten. Meestal berustten hun verhalen
op vermoedens of wisten ze iets "van horen zeggen". Vlak voor de executie
werd de heks nogmaals gefolterd om haar medeplichtigen op de heksensabbat te
kennen, waarbij vanzelfsprekend min of meer willekeurige namen werden genoemd.
Ook deze vrouwen ondergingen vervolgens vaak hetzelfde lot.
Hierna volgen dan ook enkele waargebeurde verhalen.
