
De godin Persephone (Romeinse naam Proserpina) werd op twee manieren vereerd;
als Kore, het meisje, een mooie, ranke jonge godin die geassocieerd werd met
vruchtbaarheid én als koningin van de onderwereld, een volwassen godin die over
de dode zielen regeerde en levende bezoekers in de onderwereld rondleidde.
Persephone was de enige dochter van Demeter en Zeus.
Ze was een zorgeloos meisje
totdat Hades uit een spleet in de aarde tevoorschijn kwam en haar meenam naar de
onderwereld om haar tegen haar zin tot zijn vrouw te maken.
Toen Zeus onder druk
van Demeter de goddelijke boodschapper Hermes stuurde om haar terug te halen,
liet Hades Persephone gaan, maar liet haar voor vertrek drie zaden van een
granaatappel eten, symbool voor vruchtbaarheid en huwelijkse verplichtingen.
Zo
kwam het dat Demeter haar dochter terug kreeg, maar steeds een derde deel van
het jaar moest afstaan aan Hades.
Ze werd aangeroepen om te helpen open en
ontvankelijk te blijven.