
Isis, die uiteindelijk de grootste van alle godinnen
werd, zou worden beschouwd als de machtigste figuur in het Egyptische pantheon
en als de Egyptische godheid bij uitstek.
Tegen de Romeinse tijd was haar verering internationaal geworden en waren er
tempels voor haar gebouwd op drie continenten.
Isis werd vereerd in de keizerlijke uithoek Brittannië, dankzij haar aanbidders
in het Romeinse leger.
Isis was een godin met enorme magische krachten en ze zou "sterker dan duizend
soldaten" zijn en "slimmer dan een miljoen goden".
In het verhaal van Isis en Osiris, is het Isis die met haar magie de leidende
rol heeft in de wederopwekking van de dode Osiris.
Isis was de "Geliefde van de goden, die Re bij diens eigen naam kent", met
gebruikmaking van haar slinksheid zou ze de zonnegod Re met list zover hebben
gekregen dat hij zijn geheime naam onthulde, het kennen waarvan onbegrensde
macht gaf.
Isis gebruikte haar grote macht voor de bescherming van haar jonge zoon Horus,
met wie ze vaak wordt afgebeeld om haar rol als toegewijde moeder te
benadrukken.
In deze rol werd ze vaak in magische bezwering aangeroepen om kinderen te
beschermen.
Ook werd Isis beschouwd als de symbolische moeder van de koning, "de levende
Horus" op aarde.
Deze koninklijke band wordt weerspiegeld in Isis" naam, die "de troon" betekent.
De hiëroglyfe voor "troon" vormt de kroon van de godin, al wordt ze ook
afgebeeld met de gehoorne kroon Hathor, met wie Isis nauw was verbonden en wier
verering, evenals die van veel andere godinnen, ze uiteindelijk zou opnemen.
In haar moederlijke, beschermende hoedanigheid verschijnt Isis met haar zus
Nephthys op sarcofagen om de daarin gelegen mummie te beschermen, en de beide
godinnen worden vergezeld van Neith en Selket als de beschermsters van de
gebalsemde ingewanden van de overledene.
Isis werd in heel Egypte aanbeden, met belangrijke altaren in Gizeh, Thebe,
Abydos en Dendera, maar het centrum van haar verering lag in het verre zuiden op
het eiland Philae in de Nijl, een plaats waarvan men ooit had gedacht dat de
rivier zelf er ontstond.
De tegenwoordige tempelgebouwen op Philae zijn relatief jong, daterend van de
25ste dynastie (760-656 v Chr.) tot Romeinse tijden.
Vanwege de afgelegen locatie in het zuiden kon Philae tot ver in de christelijke
tijd voortbestaan en het was zelfs de laatste heidense tempel in Egypte.
In 392 gebood de Romeinse keizer de sluiting van alle niet-christelijke plaatsen
van aanbidding, maar de cultus van Isis op Philae werd pas geheel verdrongen
door de christelijke godsdienst in 551, toen van veel van de afbeeldingen van de
oude goden en godinnen het hoofd werd verwijderd.
Philae is ook de plaats van de dateerbare hiëroglyfen, ruw gegraveerd op 24
augustus 394.
Er zijn op Philae ook enkele graffiti in het demotisch, de populaire geschreven
vorm van het oude Egyptisch, die dateren van 452 lang nadat de meeste
Egyptenaren zich hadden bekeerd tot het christendom en het op het Grieks
gebaseerde Koptische schrift gebruikten.