
Gaia was bij de oude Grieken de aarde en de oudste van
de godinnen.
Volgens de Griekse cosmogonie is zij ontstaan uit de Chaos, de ongeordende
ruimte en bracht ze ze de hemelgod Ouranos voort die tevens haar man werd.
Hun verhouding verliep stormachtig en de omhelzing van Ouranos was zo krachtig
dat hun kroost Gaia's baarmoeder niet uit kon.
Daarop besloot de jongste zoon Cronos Ouranos aan te pakken. Gaia maakt een
enorme sikkel en Cronos ontmand Ouranos, waardoor de hemel en aarde van elkaar
worden gescheiden.
Uit Ouranos' bloed ontsproten de Furiën, de wraakgodinnen.
Ouranos verdween van het toneel en Cronos heerste over het heelal met zijn
zuster Rhea als vrouw.
De Grieken beschouwden dit als de gouden tijd van de Titanen.
Maar Cronos ontpopte zich tot een even tirannieke figuur als zijn vader.
Een orakel had hem gewaarschuwd dat een van zijn zoons zijn plaats in zou gaan
nemen: daarom verslond hij zijn kinderen direct na hun geboorte.
Rhea gaf hem, op advies van Gaia, een in doeken gewikkelde steen in plaats van
de kleine Zeus, die vervolgens op Kreta werd grootgebracht.
Eenmaal volwassen dwong Zeus Cronos zijn broers en zusters uit te braken.
Dit waren onder meer zijn latere vrouw Hera, de zeegod Poseidon, de
onderwereldgod Hades en Demeter, de godin van de gewassen.
Gaia redde Zeus van eenzelfde lot als Cronos en Ouranos door hem te waarschuwen
dat een door hem bij Metis ('gedachte') verwekt kind zijn positie als oppergod
bedreigde.
Zeus slokte Metis op en uit zijn hoofd werd de godin Athena geboren.