
De godin der bloemen en der lente.
Reeds ten tijde van Romulus werd ter ere van deze lieftallige godin in de stad
Rome een tempel opgericht; later voerde men voor haar bijzondere feesten in, de
Floraliën, die in den tijd van het ontluiken der bloemen, in de laatste dagen
van April, gevierd werden.
Natuurlijk speelden bij deze feesten de bloemen een grote rol; ieder versierde
zich met bloemkransen; men bekranste de huizen; alle vertrekken en de met
kostelijke spijzen voorziene tafels waren met bloemen bedekt, en men gaf zich
daarbij aan de meest uitgelaten vrolijkheid en feestvreugde over.
Weldra ontaardden echter deze feesten en gingen zij met grote onzedelijkheid
gepaard.
Een hoofdrol bij het openbare gedeelte van het feest speelden in latere tijd
onzedelijke vrouwen, terwijl velen ook in hun eigen woning aan alle lusten den
vrijen teugel vierden.
Zo ontstond het verhaal, dat Flora zelve het voorbeeld van die onzedelijkheid
gegeven had, dat zij zich daarbij een groot vermogen verworven had en dit,
evenals Acca Larentia, aan het volk had vermaakt, hetwelk uit dankbaarheid dit
feest voor haar instelde en haar, door haar gedrag na te volgen, meende te
vereren.