
Diana was de Ouditalische godin van de vruchtbaarheid en vegetatie, tevens
maangodin.
Ze werd aanvankelijk vooral vereerd in heilige bossen en vanouds vereenzelvigd
met de
Griekse Artemis.
Later kreeg zij een tempel in de volksbuurt op de beboste Aventijnse
heuvel te Rome, waar zij vooral werd vereerd door de lagere volksklasse en gold
als
schutsgodin van de slaven.
Door de vrouwen werd zij vooral aangeroepen als
beschermster van het vrouwelijke leven.
Haar naam wordt verklaard uit 'Divinia' ( = de lichtende).
Diana wordt
voorgesteld als
jageres, met opgeschort kleed en pijlkoker, vergezeld van een hinde.