Over heksengeschenken
Niet alleen Adam,
Eva en Sneeuwwitje kwamen er slecht van af na het eten van een appel. Ook uit
verschillende Nederlandse (en Vlaamse) sagen blijkt dat een appel of een ander
geschenk van een heks niet te vertrouwen is. Heksen hebben in de geschiedenis
steeds een ambivalente rol gespeeld. Vrouwen met speciale gaven of krachten
werden verafgood dan wel verguisd, met als historisch dieptepunt de heksenvervolgingen
in de 16e en 17e eeuw.
De verslagen van een aantal processen tegen heksen zijn een waardevolle bron
van informatie gebleken bij het onderzoek naar volksverhalen(-motieven). Toverijgevallen
die niet tot een proces of een vermaning leidden zijn echter nauwelijks overgeleverd.
Het laatste in verbranding eindigende proces in Nederland vond plaats in 1591,
daarna zijn er voor zover bekend geen doodvonnissen naar aanleiding van hekserij
ten uitvoer gebracht.
Er bestaan -naast de verslagen van beschuldigingen- ook verslagen van smaadprocessen.
Hierbij werd doorgaans iemand uitgescholden voor heks of toveres, waarna de
scheldende partij werd aangeklaagd door de verdachte wegens smaad of laster.
Zulke processtukken bevatten de voor het volksverhalenonderzoek belangrijke
informatie wat betreft de aanklacht: zo kan bijvoorbeeld de leeftijd van sagenmotieven
enigszins worden vastgesteld.
Wat betreft de beeldvorming van de heks zijn er twee typen te onderscheiden:
de klassieke 'Hans en Grietje-heks' en de 'gewone' mensen die kunnen heksen.
Dit konden ook jonge vrouwen zijn zoals boerinnen of de vrouw van de molenaar
of van de schipper. Zolang ze maar afwijkend gedrag vertoonden en al verdacht
waren, was het eigenlijk wachten op de passende tegenslag om tot een beschuldiging
te komen. De beide types verschillen met name van uiterlijk: de 'archetypische'
heks is oud en lelijk, heeft een haakneus en loopt met een kromme rug en een
stok, stinkt en heeft wratten en bulten op het hoofd. De jonge heks heeft natuurlijk
nog geen van deze ouderdomskwaaltjes, maar is toch minstens raar. Een vrouw
die als heks bekend stond, boezemde in ieder geval angst in. Dit is niet verwonderlijk,
gezien het feit dat men meende dat zij mensen met één blik ziek
kon maken of doden (het zogenaamde 'boze oog').
Er zijn, naast de uiterlijke kenmerken, een aantal in het oog springende verschillen
tussen een heks en een tovenaar. Een heks is een vrouw, een tovenaar een man.
De tovenaar heeft vaker een gezin dan een heks. Heksen en tovenaars vertonen
wel allebei afwijkend gedrag. De tovenaar lijkt er echter meer op uit te zijn
om de wereld zijn opmerkelijke gaven te tonen, dan echt om 'zwarte magie' te
bedrijven zoals de heks dat doet. De tovenaar is er, in tegenstellling tot de
heks, niet primair op uit zijn medemens kwaad te doen.
Verhaalonderzoeker Ton Dekker beschrijft dat uit verschillende sagen is op te
maken dat heksen vanuit een soort innerlijke boosheid mensen - bij voorkeur
kinderen - betoveren, terwijl tovenaars eerder handelen uit wraak, bijvoorbeeld
naar aanleiding van een belediging. Tovenaars lijken ook een voorkeur te hebben
voor dieren of volwassenen. Bovendien wordt een tovenaar geacht bewust een verbond
met de duivel te hebben gesloten, voor een heks is dit eerder uitzondering dan
regel.
Het Meertens Instituut in Amsterdam heeft in de jaren 1962-1977 onderzoek gedaan
naar volkverhalen met als doel een beeld te krijgen van de regionale verspreiding
van sagenmotieven in Nederland. Van de 32.000 indertijd verzamelde verhalen
waren er circa 6000 die vielen onder de noemer 'toverijsagen', waarvan weer
een aantal 'het geschenk van de heks' tot onderwerp hadden. Deze bevinden zich
in het archief van het Meertens Instituut en in de Volksverhalenbank en zijn
nog niet geheel ontsloten. In de Volksverhalencatalogus van J.R.W. Sinninghe
zijn twee nummers toegekend aan de sagentypen die met geschenken van heksen
te maken hebben: nummer 504 (Das betrügerische Geschenk: kostbares Geschenk
erweist sich als völlig wertlos) en 586 (Von Hexe emfangene Äpfel
verwandeln sich in Kröten). De zestien sagen die hij vermeldt zijn uit
heel Nederland afkomstig, met een kleine meerderheid uit het zuiden. Verder
zijn de verhalen uit de collectie van het Meertens Instituut overwegend afkomstig
uit Friesland; dit zegt echter meer over de bedrijvigheid van de verzamelaars
dan over de werkelijke spreiding van het materiaal.
Ook in het noorden van Duitsland, rond Oldenburg, komen een aantal verhalen
voor die dezelfde elementen bevatten als de Nederlandse: heksen geven appels
aan kinderen of volwassenen met de bedoeling ze ziek te maken. De appel (of
ander fruit) verandert na verloop van tijd in een pad, en had dus in iemand
z'n lichaam terecht kunnen komen.
Het Middelnederlandse handschrift-van Hulthem (ca. 1410) bevat een tekst waarin
twee vrouwen een derde in elkaar slaan omdat ze haar ervan verdachten een heks
te zijn. Zij zou hun koeien ziek hebben getoverd en hun melk hebben gestolen
om boter van de maken. Deze vorm van toverij staat ook bekend als 'molkentoveren'.
Alhoewel hier geen sprake is van een geschenk, is het toch de moeite waard deze
tekst te vermelden als bewijs dat er ook in de Middeleeuwse volkscultuur en
-literatuur over heksen en toverijgeloof gesproken wordt. Pas in de 19e eeuw
kreeg dit stuk echter de titel 'Die Hexe'.
De oudst bekende betichting van ziekmakende toverij van een heks door middel
van een appel stamt uit 1596; dit is een opvallend vroege vondst. Priester en
Barske vermelden deze beschuldiging in hun verslag van het onderzoek naar Groningse
toverij-processen. Uit de beschuldiging blijkt dat het dochtertje van de predikant
van Bijham (Westerwolde) zou zijn gestorven nadat ze van een van hekserij verdachte
vrouw een (vergiftigde) appel had ontvangen.
Een recentere vermelding van het thema vinden we bijvoorbeeld op 12 september
en op 11 en 14 oktober van het jaar 1749. Toen werd een zaak behandeld door
het gericht van de heerlijkheid Almelo, naar aanleiding van een beschuldiging
van hekserij. De ernstige ziekte van één van de personen zou veroorzaakt
zijn door de vier appels die hij van de plaatselijke vroedvrouw had gekregen
(vroedvrouwen stonden, met hun macht over leven en dood, wel vaker onder de
verdenking heks te zijn).
Vanaf het eind van de 19e eeuw wordt het aantal bekende sagen, waarin een ziekmakend
of waardeloos geschenk een prominente rol speelt, steeds groter. Deze toename
wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een tweeledige tendens: er was niet alleen
bij een groot publiek een hernieuwde interesse in de volkscultuur ontstaan,
maar door de opkomst van transport en media kon de volkscultuur zich ook op
zijn beurt verspreiden en vermenigvuldigen.
In de volksverhalen die vallen onder de noemer 'het geschenk van de heks' komen
we in eerste instantie de volgende eetbare geschenken tegen: appels of peren,
snoepjes en suikerballen die in dikke padden of in haarballen veranderen. Tot
het corpus behoren echter ook enkele sagen waarin het geschenk niet een appel
of een andere versnapering is, maar waar de gift bestaat uit goudstukken, zilveren
guldens of ander geld. Ook kostbare voorwerpen zoals muziekinstrumenten (waldhoorn)
of serviesgoed (bekers) worden aan de nietsvermoedende voorbijgangers aangeboden.
De wandelaars komen vaak 's avonds laat terug van het dorp en stuiten onderweg
plotseling op een groep dansende mensen, fraai gekleed en uitgedost, of een
groep dansende en zingende katten. De toeschouwer verzoekt de mensen hem in
hun weelde te laten delen, en krijgt een zak met geld of een waardevol voorwerp.
Hun hebberigheid slaat echter meestal snel om in teleurstelling als blijkt dat
het geld in wortelschijven, beukebladeren of in rook is veranderd. De kostbare
waldhoorn heeft zich bij thuiskomst ontpopt als een oude kat en de beker als
een vieze paardenpoot.
Het lijkt wel of deze 'van waardevol naar waardeloos geschenk'-sagen tot doel
hebben de mens af te wenden van al te veel hang naar het materiële, aangezien
de ontvangers van het waardeloze geschenk er uiteindelijk niet op vooruit gaan.
Ook klinkt een duidelijke waarschuwing op te passen van wie je iets aanneemt:
sommige mensen deugen niet, dus hun geschenken zullen ook wel niet deugen.
Verschillende sagen melden dan ook dat ouders hun kinderen met klem op het hart
drukken niets van vreemden aan te nemen. Andere sagen zijn zelf een algemene
wijze raad om niets van vreemde (oude) vrouwen aan te nemen.
Degene die de behekste appel toch op had gegeten, kon in ieder geval rekenen
op heftige maagkrampen, veroorzaakt door de in padden of slangen veranderde
appel. In een ander geval bleek de betoverde patiënt zelfs mollen te braken.
Ook bestaat er kans op keelpijn en benauwdheid wanneer er zo'n amfibie in de
hals bleef steken of weer uit de maag naar buiten wilde.
In het volksgeloof bestaan er verschillende theorieën over padden: het
zijn duivelse dieren; ze zouden een heks in gedaantewisseling zijn; padden zouden
heel erg giftig zijn of juist een sterke geneeskrachtige werking hebben. In
de middeleeuwen zocht men naar de zeldzame paddensteen die in de kop van padden
zou voorkomen en die, als amulet gedragen, bescherming zou bieden tegen ongeluk,
ziekte en toverij. Volgens Ton Lemaire wordt de pad ook in een groot gedeelte
van de wereld in verband gebracht met de nacht, met regen en vocht, met de donder
en met de maan.
Al werd het geschenk niet genuttigd, het alleen al in huis hebben van een heksen-appel
kon ziekte veroorzaken. Vaak werd de diagnose 'ziekte door betovering' nog versterkt
door de vondst van verenkransen in het kussen van de zieke. Deze kransen werden
ontdekt door het kussen van de zieke open te knippen, bijvoorbeeld op aanraden
van een duivelbanner. Twintigste-eeuws onderzoek hiernaar heeft echter uitgewezen
dat de kransen zich vormden onder invloed van slechte hygiëne en statische
electriciteit, waardoor de veren en draadjes aan elkaar koekten en door de ronde
vorm van het hoofd een krans vormden.
Bij geld en goudstukken wordt de betovering meestal vanzelf verbroken, terwijl
de ontvanger naar huis snelt om zijn buit goed te verstoppen. Als hij onderweg
even wil gluren naar zijn nieuwe rijkdom, blijkt dit al vergaan te zijn. Maar
ook het noemen van de naam des Heren of een heilige is een goede methode om
heksen en andere met de duivel heulende wezens terstond te laten verdwijnen,
met medeneming van hun kostbare geschenken.
Om de betovering van zieken te verbreken worden vaak duivelbanners aangesproken,
mannen die er in de verre omtrek om bekend stonden om op bovennatuurlijke wijze
te kunnen genezen en heksen aan te kunnen wijzen. De ouders van een ziek kind
kregen van hem allerhande middeltjes en adviezen om de heks te vernietigen en
de betovering te verbreken.
Gelukkig wordt consumptie meestal voorkomen en is er altijd wel een vader of
moeder in de buurt om het geschenk af te pakken en weg te leggen. Zodoende kan
de ontvanger zien wat er gebeurd zou zijn als hij/zij de appel (of andere etenswaar
als snoepgoed, koek en gebak) had opgegeten.
Wanneer het geschenk een appel is, wordt deze op verschillende plaatsen bewaard:
buiten, begraven in een afgesloten pot of een pannetje; of binnenshuis in een
pot in de kast met een bord erop of op de schouw bij de haard. Meestal veranderen
appels binnen een nacht of een paar dagen in padden of, in sommige gevallen,
in haarballen. Eénmaal werd een verhaal aangetroffen van een appel die
in een hoopje poep veranderde, maar deze bizarre metamorfose lijkt op zichzelf
te staan.
Toch geldt in het algemeen bij heksen: voorkomen is beter dan genezen. Men kan
bijvoorbeeld een betovering voorkomen door van alles wat je aan eten en drinken
aangeboden krijgt, een stukje of een scheutje op de grond te werpen.
Is de betovering al geschied, dan is het verbranden van de appel, de pad of
veren kransen uit het kussen een probaat middel. Hierbij moet er -volgens een
zekere theorie- wel voor worden opgepast dat alle kieren en gaten van het huis
zijn dichtgemaakt. Anders zou de ziel van de heks, die zich in de pad en/of
de appel bevindt, kunnen ontsnappen en zal de heks niet gewond raken of sterven
(en wordt de betovering niet verbroken).
Een voorbeeld van een medicijn tegen betovering is het drinken van paarden-urine
bij door 'levende' appels veroorzaakte maagkrampen. Bij deze doeltreffende remedie
wordt gelukkig vermeld dat de patiënten het allemaal overleefd hebben.
Minder omslachtige methoden om eventuele betoveringen teniet te doen voorzagen
in het door de heks te laten zeggen van Gods naam, of een zegening.
Het verhaal wordt meestal verteld door een ander dan degene die met de heks
geconfronteerd is. De ontvanger van het geschenk is vaak één van
de grootouders van de verteller, die het gebeurde meemaakte in zijn of haar
vroege jeugd. Als gevolg hiervan is het bijna onmogelijk na te gaan in hoeverre
de behandelde sagen een realistische weergave van de werkelijkheid zijn.
Al wordt er in de verhalen vaak een koppeling gemaakt tussen plotselinge ziekte
of sterfte als gevolg van falende reguliere geneeskunde -of andere onverklaarbare
tegenslag- en toverij, wil dit toch niet zeggen dat alle gevallen van die aard
systematisch als toverij werden opgevat. De Blécourt ziet geen enkele
reden om aan te nemen dat collectieve calamiteiten aan betoveringen werden toegeschreven;
betoveringen troffen juist individuen en individuele calamiteiten. Maar zodra
een persoon als toveres of heks werd benoemd, was er geen twijfel meer ten aanzien
van de betovering.
Het toverijgeloof is niet simpelweg te bevatten als een instrument waarmee de
mens zijn belevingswereld probeert te verklaren en te begrijpen. Het is ook
een middel om sociale verhoudingen in een kleine gemeenschap te benadrukken
en om onvrede of irritatie jegens de medemens te uiten. Onderzoek naar de sociale
functie van het geschenk en de posities van de gever en de ontvanger, zoals
van M. Lüthi of van A. Komter, probeert hier vanuit verschillende disciplines
een licht op te werpen.
Tegenwoordig wordt er nauwelijks meer over toverij gesproken of aan toverij
geloofd, behalve in sagen en volksverhalen. Met de toegenomen kennis van natuur
en wetenschap, het erkennen van het nut van hygiëne en de enorme vooruitgang
van de reguliere geneeskunde is het aantal onverklaarbare ziekte- en sterftegevallen
tenslotte bijna tot nul gereduceerd.
Ik krijg er niet genoeg van en wil meer lezen