De toverheks van Oerle
Vanouds bestond er op enige afstand van het dorp op de scherpenering een hut
die ‘De dooden Uijl’ werd genoemd.
Daar
woonde in de achttiende eeuw een vrouw die heks was en daar een kroeg had, want
er kwamen nogal wat zware vrachtkarren op doortocht voorbij.
Wee de vreemde voerlieden die voorbij durfden rijden zonder geld te verteren!
Dan liet ze haar gevaarlijke hond los of wist hen op een handige manier zo te
betoveren dat de paarden niet meer verder konden.
In dat geval waren de voerlieden gedwongen naar de heks terug te keren, iets
te betalen en haar hulp te vragen.
Wanneer de vrouw de voerlieden verzekerd had dat ze niet meer zouden vastvaren
in de rulle karresporen, konden ze ongehinderd de tocht voortzetten.
Bevreesd voor allerlei ongevallen gingen er dan ook weinig voerlieden haar hut
voorbij zonder iets te verteren. Sommigen durfden er echter geen drank te gebruiken,
want je kon niet weten wat voor aftreksel van toverkruiden de heks door het
geestrijk vocht had geroerd.
