DE HÉMANNEKES
VAN HET AAMSVEEN
Ten zuiden van het kerkdorp Glanerbrug in de gemeente Enschede bevindt zich
het Aamsveen. Een veengebied op de Nederlandse - Duitse grens. Het landelijke
gebied aan de Nederlandse zijde wordt oudsher de Enschedeër Es genoemd.
Hier staan vele oude boeren hoeven. De boeren gingen vaak naar het Aamsveen
om turf te steken en kwamen daar vaak nabij de veenplassen de hémannekes
tegen; vurige vlammetjes onder het voortdurende geroep van hé, hé,
hé. Aan de oever van de veenplassen zat dan een witte vrouw op haar spinnewiel
te spinnen; rrrt, rrrt, rrrt.
Op een van de boerenhoeven was een knecht werkzaam uit Holland en deze was voor
de duivel niet bang en trok zich daarom ook niets aan van de vele geesten die
in het Aamsveen rondhingen. Toen deze op een goede dag aan het turfsteken was
begonnen de hémannekes weer hé, hé, hé te roepen.
Niemand zou de geesten durven te beproeven, maar de knecht had er lak aan en
begon deze in dezelfde bewoordingen uitdagend terug te roepen. Een van de hémannekes
nam dit niet en begon niet alleen steeds geestdrifter te roepen, maar kwam ook
naderbij. Plots was hij zo nabij dat er geen weg meer terug was. De blauwe vlam
kroop uit de kuil en besprong de knecht in zijn nek. Wild begon hij om zich
heen slaan, rolde over de grond en sprong de kuil uit. Niets hielp, het hémanneke
liet zich niet wegsturen en bleef zitten waar het zat. Vervolgens zette hij
het op een lopen naar de boerderij, maar ze konden hem niet helpen. Aangedaan
trok de knecht door de deel om zich in de keuken te verschuilen. Het hémanneke
bleef maar vlammen in zijn nek. Pas toen de boerin met een gewijde kaars kwam
sloeg het hémanneke op de vlucht. Het zweefde langs de binten en hield
zich schuil achter een zeef aan de wand. Toen de deur open ging maakte de zeef
zich los van de wand en zweefde met het hémanneke terug naar het Aamsveen.
Later werd het hier terug gevonden en nog tot op de dag van vandaag wordt de
zeef gebruikt voor het wannen van de rogge.