DE STEM UIT DE DOODSKIST
Deze sage speelt in Venlo. Hier woonde een keurig en beleefd heerschap, altijd
goed gehumeurd en netjes geschoren in het pak. Het heertje betaalde zijn schulden
op tijd en was niemand tot last. Iedereen in Venlo maakte graag een praatje
met dit heertje over het weer. Maar hoe men er ook over sprak: "Guur buiten",
"wat een regen", "wat is het koud", "wat een storm";
zijn antwoord was steevast: "Gods weer, goed weer".
Maar ook dit heertje had niet het eeuwige leven en na zijn overlijden werd hij
met hondenweer ter aarde gesteld. Tijdens zijn begrafenis joeg de felle noordenwind
de natte sneeuw en hagel voor zich uit en maakte de wegen en paden tot een gladde
ijsbaan. Het vroor daarbij dat het kraakte.
De doodsgravers hadden moeite om zich op de been te houden en kist zwiepte heen
en weer. Zij gleden uit en de kist viel bijna uit hun handen, die gezwollen
waren als rode ballonen. Toen de doodsgravers de kist op de grond neerzetten
zei een van hen: "Wat een beestenweer". Waarop de stem van het heertje
uit de doodskist berispend weerklonk: "Gods weer, goed weer".