Hiermee zijn we bij het derde en meteen laatste hoofdkenmerk
van Halloween beland.
In vergelijking met de Jack-o’-Lantern en trick
or treat zijn de bonfires tegenwoordig wel minder populair.
Toch worden in diverse landen in de nacht van Halloween
nog altijd grote feestvuren ontstoken.
Dit gebruik bestaat nog voornamelijk
in de Angelsaksische landen zoals Wales, Schotland…
Maar ook in de meeste
streken van Amerika spelen dergelijke bonfires een niet onbelangrijke rol.
Bonfires

Bonfires werden oorspronkelijk 'bone-fires' genoemd.
Letterlijk vertaald betekent dit 'vuren waarin botten of beenderen verbrand
werden', wat verwijst naar de soms schromelijke feiten uit het verleden. Vandaag
de dag staan zij gewoon symbool voor vreugdevuren.
Deels waren zij dat in het
verleden ook wel vermits vreugde en lijden bij onze voorouders in bepaalde omstandigheden
nauw met elkaar verbonden waren.
Vandaag de dag betreft het in ieder geval grote
vuren die in openlucht aangestoken worden. In onze streken krijgen trouwens
kampvuren soms de naam bonfires.
De herkomst van deze vuren kan teruggebracht worden
tot Samhain, dat een van de grote vuurfeesten bij de Kelten was.
Binnen het
ruime gamma van de bestaande vuurfeesten, vastenvuren… was het Samhain-
of Halloweenvuur het meest verspreidde en het meest algemene.
Het was voor de
voorvaderen van de Europese volken de grote viering van midzomeravond.
Ze lieten
het samenvallen met het moment waarop de zon op het hoogste punt van zijn baan
aan de hemel stond, ze baseerden zich bijgevolg op astronomische overwegingen.

Maar hoe valt dat te rijmen met ons Samhain als vuurfeest
dat op een totaal ander moment valt?
De Kelten hielden er blijkbaar een andere
mening op na.
De belangrijkste vuurfeesten van de Kelten vonden plaats op een
datum die schijnbaar zonder enige verband met de positie van de zon aan de hemel
vastgesteld werd.
De reden hiervoor ligt voor de hand.
De Kelten waren in het
begin vooral een herdersvolk dat voor zijn levensonderhoud afhankelijk was van
zijn kuddes.
Voor hen was het ogenblik dat de kuddes weer op stal werden gezet,
het cruciale moment van het jaar.
Zij baseerden zich dus eerder op een aardse
indeling van het jaar, het begin van de winter, dan op een hemelse, de stand
van de zon.
Waarom worden op de vooravond van Samhain eigenlijk
vuren aangestoken?
Tal van redenen kunnen hiervoor ingeroepen worden. We overlopen
ze even:
Toekomstvoorspelling
Een eerste reden is dat Samhain als eerste dag van het
nieuwe jaar beschouwd werd.
Het meest voor de hand liggend moment om ieder jaar
een nieuw vuur te ontsteken, is toch het begin van het nieuwe jaar.
Want dan
zal de zegenrijke invloed van het nieuwe vuur de hele periode van twaalf maanden
voortduren.
Om dit geluk af te dwingen, de toekomst te voorspellen en te richten,
bestonden verschillende vuurrituelen.
De meest dramatische rite was het bouwen
van grote, vreemd gevormde korven waarin oorlogsgevangenen en criminelen gestopt
werden en dan in brand werden gestoken.
Door de posities van de lichamen van
degenen die verbrand werden, te aanschouwen kon men zien wat de toekomst bracht.
Dergelijke posities weerspiegelen volgens de bijgelovige druïden zowel
de goede als de slechte voortekenen van het komende jaar.
Een bijna gelijkaardig, zij het wel heel wat menselijker
ritueel, bestond erin dat de botten en beenderen van dieren in het vuur gegooid
woerden als een offer om een gezonde en talrijke veestapel te hebben in het
nieuwe jaar.
De asresten van de vuren werden ook wel verstrooid over de velden
om het land te beschermen en te zegenen.
Wat ook gebeurde, was dat stenen gemerkt werden met
de namen van mensen.
Daarna werden deze stenen in het vuur gegooid om er de
volgende ochtend weer uitgehaald te worden.
De wijze waarop de steen uit het
vuur kwam, voorspelde het geluk van iemand in het komende jaar.
Meer nog, als
er ’s nachts met de steen iets gebeurde of de steen werd verplaatst, zou
de betrokken persoon het volgende jaar sterven.
Mettertijd kon dit gebruik,
afhankelijk van streek tot streek, lichte verschillen vertonen.
In de Schotse
Hooglanden werd het vuur bijvoorbeeld eerst gedoofd.
De as werd zorgvuldig in
de vorm van een cirkel bijeengeveegd.
Langs de omtrek legde men er een steen
in voor ieder lid van de verschillende families die het feestvuur gezamenlijk
hadden aangelegd.
Als de volgende morgen een van deze stenen verplaats of beschadigd
was, waren de mensen ervan overtuigd dat de persoon die door die steen werd
vertegenwoordigd, verdoemd was en geen twaalf maanden meer te leven had.
In
het noordelijk deel van Wales was het gebruikelijk dat elke familie op de opvallendste
plaats in de buurt van het huis een groot vuur ontstak.
Als het bijna gedoofd
was, gooide iedereen er een witte steen in die gemerkt werd in de as.
Nadat
zij rond het vuur gebeden hadden, gingen zij slapen.
De volgende morgen gingen
zij na het opstaan hun stenen zoeken.
Men geloofde dat als er een steen ontbrak,
de persoon die hem in het vuur had gegooid vóór de volgende Halloween
zou sterven.
In de vuren konden ook kastanjes gepoft worden.
Aan
de wijze waarop de kastanjes opsprongen, konden jonge vrouwen voorspellen of
ze snel zouden trouwen.
Dodenverering
Of werden die vuren aangestoken ter ere van de dood?
Meer specifiek om de duivelse geesten die met Samhain op aarde ronddoolden,
angst in te boezemen?
Dat de mensen fakkels met zich meedroegen als ze optochten
hielden tussen de velden en in de dorpen, zou daar ook kunnen op wijzen.
Jong
en oud kwamen dan samen op het dorpsplein.
Zij gingen langs de huizen met brandende
fakkels en sloegen met stokken en knuppels op de deuren en luiken.
Het was de
bewoner aangeraden wat takken brandhout te geven of hij mocht zich aan een scheldkanonnade
verwachten.
In de Middeleeuwen ontaardde deze traditie in die mate dat de deuren
en luiken maar ook banken, uithangborden en hekpalen afgebroken werden. Gevechten
waren bovendien eerder regel dan uitzondering; wanneer ze voldoende brandhout
verzameld hadden, trokken ze naar hun dorpsplein om er een groot vuur te laten
ontbranden.
Iedereen zong en danste eromheen.
In het slechtste geval werden
mensen van wie men vermoedde dat zij bezeten waren, aan een paal gebonden en
verbrand, met als enig doel de boze geesten schrik in te boezemen.
Werden buitenshuis
grote vuren aangestoken, dan werden thuis de vuren gedoofd om het koud en ongezellig
te maken, zodat de geesten van de overledenen verder trokken en hen niet in
bezit namen.
Het heilige gemeenschappelijk vuur ![]()
Een betere verklaring waarom de Kelten hun vuren doofden,
was dat zij hun vuren thuis, naar jaarlijkse gewoonte, opnieuw wilden aansteken
vanuit een gemeenschappelijk groot vuur.
Dit vuur werd door de druïden
op de heuvel van Tlachtga, twaalf mijl verwijderd van de koninklijke berg van
Tara, als een heilig vuur ontstoken.
Dit heilige vuur werd op een rituele wijze
aangewakkerd.
Men maakte gebruik van de frictie die ontstond uit het wrijven
met twee stokken.
Het doven van de vuren symboliseerde de donkere helft van
het jaar en het weer ontsteken van de druïdische vuren was het teken van
het terugkerende leven waarop gehoopt werd.
En dat werd teweeggebracht door
de rituelen van het priesterschap.
De gedoofde vuren werden opnieuw aangestoken
met de houtskool van het ceremoniële openluchtvuur.
Om die kolen te transporteren
gebruikte men de Jack-o’-Lantern, een uitgesneden raap of biet.
Het ritueel
moest de eenheid van het dorp verzekeren en versterken.
Concurrentiestrijd
Een laatste mogelijke verklaring voor het ontsteken
van vuren op Samhain heeft te maken met de onderlinge concurrentie.
Ieder huishouden
streed om de eer van het grootste vuur.
Overal flakkerden feestvuren en hun
gloed leverde een buitengewoon schilderachtig schouwspel op.
Wat ook de reden was voor het ontsteken van grote vuren
tijdens de nacht van Samhain, het is een feit dat ze een wezenlijk onderdeel
van het feest uitmaakten.
Een traditie die gelukkig tot op de dag van vandaag
in sommige landen nog voortleeft.
Ter illustratie geef ik de tekst van een Samhainlied dat rond een bonfire gezongen kan worden.